Cor de la Bije

 

Vond stamvader uit het jaar 1560

 

Vroeger zeiden de mensen wel eens tegen Cor de la Bije, aanvoerder van de tweede violen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest: Jij hebt geen Hollandse naam, ’t lijkt meer Frans. Je voorouders zullen wel Hugenoten zijn geweest. Pas veel later is Cor de la Bije te weten gekomen, dat zijn voorouders allang voor Bartholomeusnacht (1572) in Nederland woonden en wel in Geervliet.

Wapen in Geervliet van Lodewijk Lodewijkszoon

Op zijn genealogische speurtocht bracht hij het zelfs tot het jaar 1560, het geboortejaar van meester Lodewijk Lodewijkszoon de Labije. Het familiewapen is te vinden in de eeuwenoude hervormde kerk van Geervliet. Het schild versierd met een abdij… Wij zouden nooit bij de twintigste eeuwse Cor de la Bije terecht zijn gekomen, wanneer wij niet dat wapen in die kerk hadden gezien. Er zitten daar vijf naast elkaar op een rijtje. Vier namen zijn er van bekend en een vijfde is dubieus. Het zijn Arie Lennaerts, Arien Aelbrechts, mr, Wouter Stoffelszoon en de Labije. De vijfde wordt toegeschreven aan Cornelis van Dijk. Maar ook in Zuidland kende men vroeger de Labije. Omstreeks 1650 leefde daar een notaris van die naam. En op een sluisje in Zuidland zijn een zestal wapens aangebracht en een er van moest volgens overlevering aan ene de Labije behoren. Ook dat wapen is versierd met een abdij…

 

Een copie van het familiewapen van de Labije. Het oorspronkelijke schild bevindt zich in de Hervormde kerk van Geervliet.

 

 

 

 

                                                                                                                                                                  

Veel variaties

Het waren deze ontdekkingen die na de oorlog de jonge Cor de la Bije stimuleerden bij zijn onderzoek. Mischien zult u nu tegen werpen dat de historische Lodewijk zijn naam toch iets anders schreef dan nu de Rotterdamse violist doet. Dat is waar. Onze musicus wil u er zelfs graag bij helpen om nog meer namen te vinden. Er is namelijk niet alleen de tak de la Bije, maar er zijn ook nog takken “de la Bye”, “Labey”, “de la Bay”, “la Bey”, die allemaal een beetje lijken op het originele “de Labije”. Houdt u er van verzekerd, zegt hij, dat het allemaal familie van elkaar is. Ik heb het haarfijn uitgeplozen. Vroeger nam met het niet zo nauw met een naam en bij het uitspreken werd zo’n naam gauw verbasterd. Aan de hand van doopboeken, archieven e.d. slaagde Cor de la Bije er in tot het geheim van zijn voorouders door te dringen, een onderzoek overigens dat nog steeds voortduurt, veel tijd kost en wel nooit tot een sluitend geheel zal leiden, omdat de familiegeschiedenis op een bepaald ogenblik niet achterhaalbaar meer is en in de nacht van de historie verdwijnt.

 

Dokumenten

In de loop der jaren groeide het aantal documenten, dat hij op zijn speurtochten ontmoette en waarvan hij fotocopieën en afschriften liet maken, die aan de keurig getypte gegevens werden toegevoegd. Zo is hij bijvoorbeeld in het bezit van een afschrift van een notarisregister uit het Hof van Holland. Daar in staat dan vermeld dat mr. Willem Lodewijkszoon de Labije, in 1611 in Zuidland geboren, notaris is geweest en lid van het polderbestuur. Maar hij heeft ook een complete boedelbeschrijving uit 1794, toen Hendrik de Labije in Geervliet stierf. Bij zijn begrafenis werd o.a. 82 pond vlees genuttigd ten bedrage van ƒ. 16. De werkster deed twintig dagen over het schoonmaken van het huis en vroeg daar ƒ. 8,- voor. De vijf vaten bier die toen opgedronken werden, kostten ook al een krats, namelijk ƒ. 17,-. Kijk zegt Cor de la Bije, ik ben niet tevreden met geboortedata en sterfdata. Ik wil vooral weten wie ze waren en wat ze deden. Die Hendrik bijvoorbeeld had twee knechten en drie dienstboden. Dat blijkt uit de boedelbeschrijving. Hij was dus een man in goeden doen. Het blijkt dan verder dat ons geslacht oorspronkelijk uit landbouwers bestond. Ik vermoed dat ze uit Brugge kwamen. Geervliet en omgeving was in die tijd sterk op Vlaanderen georiënteerd. Later werden het vooraanstaande burgers, die burgemeesters leverden, schoolmeesters, een notaris, een schout. Na 1800 begon de grote spreiding. In de negentiende eeuw was het beroep molenaar en bakker in zwang.

 

Tekstvak: Cor de la Bije heeft in een keurig boekje alle gegevens verzameld van het geslacht de Labije. De nazaten wonen tegenwoordig over het gehele land verspreid.

 

 

Meer Violisten?

Cor de la Bije beschikt nu over ongeveer 140 adressen van naamgenoten. Hij correspondeert daarmee als het nodig is. Twee van zijn broers interesseren zich ook voor de familiegeschiedenis en helpen mee naar vermogen om in het bezit van gegevens te komen. Hij is verder lid van de Zuid-Hollandse vereniging voor Genealogie. Waren al eerder violisten in de familie? Hebben wij gevraagd. Hier en daar heb ik wat amateuristische trekjes gevonden, zegt hij.  Schaken doe ik echter ook graag. En kijk wat ik hier heb? Een met de hand geschreven beknopte handleiding tot het schaakspel. Het is van Jan de la Bije en schreef het in 1848. Nee Cor zit niet gauw om een antwoord verlegen. Wie per ongeluk de la Bije of wat daarop lijkt mocht heten, hij of zij wenden zich vol vertrouwen tot hem, wiens stamvader Lodewijk Lodewijkszoon de Labije heette. Er zullen niet veel in Nederland zijn die zover in de geschiedenis kunnen teruggaan.

 

(Bron: zaterdag 5 maart 1960, Het Rotterdamsch Parool, pagina 3)