Driekwart eeuw geleden begonnen met oliegoedfabricage
voor de vissers
Thans bedrijfsregenkleding van
Geplastificeerd weefsel
Twee jubilarissen
In de tachtiger jaren van de vorige eeuw dreef de heer
D. de Lange aan de Oosthavenkade, op de hoek van de
Willem Beuleszstraat, een winkel in
scheepsvictualiën. In die dagen maakte de vissersvrouw het oliegoed voor haar
man. Zij kocht daarvoor katoenen hemden en smeerde met een borstel deze met
lijnolie in tot waterdichte kleding. Maar toen de vissers de heer De Lange
steeds meer naar klaargemaakte oliegoed gingen vragen rijpte bij hem het plan
zelf oliegoed te gaan vervaardigen. Zo ontstond drie kwart eeuw geleden daar
aan de Oosthavenkade een oliegoedfabriekje. Door de
jaren heen heeft ons land slechts twee oliegoedfabrieken gekend. Beide in
Vlaardingen. Die van Van Toor
en van De Lange. Wie er eerst was? Het is altijd een omstreden vraag gebleven.
Zij schijnen vrijwel gelijktijdig te zijn begonnen. Dat begin was voor de heer
De Lange op 12 maart 1885, de dag waarop hij in het huwelijk trad. Uit dit
eenmansbedrijf is een bedrijf met 40 man personeel gegroeid, dat de 12e
van de volgende maand het 75-jarige bestaan gaat vieren met een receptie en een
personeelsdineetje in de Serre van Muzanda. Twee
jubilarissen zullen daarbij worden gehuldigd. Twee broers. De huidige magazijn-
en expeditie chef Henk van Linden, die als 14-jarig broekje in dienst kwam,
herdenkt zijn 46-jarig dienstjubileum en zijn
negen jaar jongere broer Herman viert als zeer gewaardeerde onderhoudsmonteur
zijn zilveren jubileum.
De
twee jubilarissen, die bij de viering van het 75-jarig bestaan zullen
worden gehuldigd: de twee broers Henk (rechts) en Herman van Linden, resp. 40
en 25 jaar in het bedrijf werkzaam.

Productieproces volgde technische ontwikkeling
Oliegoedfabriek De Lange
behoort dus tot een van de bedrijven, die uit de behoefte van de visserij zijn
voortgekomen. Vrijwel op dezelfde wijze als de vissersvrouwen het destijds
deden, werd de oliekleding vervaardigd. Katoen en lijnolie waren de
grondstoffen. De vissers konden in het vervolg hun vissershemden (lange
oliejassen), olietjes (korte oliejassen) peukers (broeken), kassen (rokken), velletjes
(voorschoten), zuidwesters en olieslobkousen in de winkel betrekken. De
olieslobkousen droegen de vissers bij de klompen in de tijd dat er nog geen rubberlaarzen
waren. De handel in oliekleding bleef niet tot de visserij beperkt. Zij vond
naar verloop van tijd steeds meer afzet in de landbouw, de mijnindustrie,
scheepsbouw, aardolie-industrie, sportvisserij en onder de bouwvakarbeiders.
Maar het echte oliegoed, zoals de vissersvrouwen vroeger en later de oliegoedfabrieken dit
fabriceerden, bestaat nauwelijks meer. In het bedrijf van De Lange wordt dit
product in
het geheel
niet meer gemaakt. Dit bedrijf heeft de technische ontwikkeling op de voet
gevolgd en is er steeds als de kippen bij geweest, wanneer er op zijn terrein
iets nieuws op de markt werd gelanceerd. Een tweetal jaren geleden werd geheel
met de oliegoedfabricage gestopt, nadat in de jaren 1935 en 1936 reeds was
overgegaan op de fabricage van rubber kleding. Dat wil zeggen: katoenen kleding
, afgezet met rubber. Maar ook rubber werd verdrongen. In 1952 werd overgeschakeld
op bedrijfsregenkleding van geplastificeerd weefsel, dat thans meer dan 95
procent van de productie uitmaakt en grotendeels wordt afgezet op de
buitenlandse markten over vrijwel de gehele wereld. Dit geplastificeerd weefsel
kan zowel, met plastic waterdicht gemaakt, katoenen weefsel zijn als
kunstvezel. De geplastificeerde kunstvezelproducten zijn duurzamer, maar ook
veel duurder. In het bedrijf van De Lange staan verschillende hoogfrequent -
lasapparaten, waarmee de naden in dit weefsel waterdicht worden gelast. Dit
bedrijf was het eerste in Nederland, dat dit lasprocedé – lassen van
geplastificeerd weefsel – in toepassing bracht, zo verklaarde ons de huidige
eigenaar, de heer A.A. de Lange.
De heer A.A. de Lange, de kleinzoon van de stichter, die thans
als enige eigenaar van het bedrijf, de scepter zwaait.
Nu
zwaait kleinzoon het scepter
Hij is de jongste van de twee
zoons van de zoon van de stichter. Zijn vader heette eveneens Dirk de Lange.
Deze werd in
zoons D. en A.A. de Lange in de firma opgenomen.
Tevoren – in 1939 – was wat verderop in de Stationsstraat een isolatieband- fabriek
gesticht. In 1950 overleed hun vader en in 1952 werd het bedrijf gesplitst.
Zoon D. de Lange stapte over naar de isolatiebandfabriek en zoon A.A. de Lange zette
het bedrijf voort, dat zijn grootvader in 1885 had gesticht en nu geen
oliegoedfabriek meer is, maar een bedrijfsregenkledingfabriek
, die in 1954 bovendien met de productie van lederen werkhandschoenen begon.
Het 40-man sterke personeel bestaat voor bijna 80 procent uit dames. Er wordt
met een groot personeelsgebrek gekampt. Vrouwelijke werkkrachten zijn in het
waterweggebied bijzonder schaars. Door de nood gedwongen werd vorig jaar in het
Belgische Essen een dependance gesticht, waar het werk heen gaat, waarvoor in
het Vlaardingsche bedrijf geen tijd wordt gevonden.
Daar in het Belgische werken rond tien dames aan de bedrijfsregenkleding van f.
De Lange. Er bestaat met de bloei en gestage groei van dit bedrijf, dat in het
productieproces een revolutionaire ontwikkeling heeft ondergaan als maar in weinige
bedrijfstakken, alle aanleiding het 75-jarige bestaan opgewekt en met vol
vertrouwen op de toekomst te vieren.
StationsstraatVlaardingen (10 juli 1902)
(Bron: zaterdag 6 februari 1960, Rotterdamsch Nieuwsblad, pagina 7)