Geschiedenis van de familie:
de la Bije

Auteur:
H.G.L de la Bye
Een
brief naar het stadsarchief van Brugge in het voorjaar van 2001 zorgde -
achteraf gezien - voor een eerste doorbraak. De stadsarchivaris Noël
Geirnaert stuurde namelijk bij zijn antwoordbrief een lijst van vermeldingen
van de Labye’s die hij in het
stadsarchief had aangetroffen alsmede kopieën van enkele bladzijden uit het
werk van J. Gailliard (Flandre Occidentale, des données historiques et
généalogiques, Arrondissement de Bruges, tôme premier, deuxième partie,
uitgegeven in Brugge) met de tekst die op de grafsteen had gestaan die eertijds
het familiegraf van de De Labye’s in de
Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge bedekte. Deze tekst verschafte inzicht in de samenhang van een aantal
Brugse de Labye’s in de 15e eeuw,
maar gaf nog geen antwoord op de vraag wat de relatie was tussen de
“Bruggenaren” en de oudste de Labye in Nederland: kanunnik Lodewijk
de Labye, die rond 1542 uit de
zuidelijke Nederlanden naar Geervliet komt.
Naar
aanleiding van deze brief en de daarin vervatte uitnodiging om zelf eens naar
Brugge te komen omdat daar volgens de heer Geirnaert nog veel over het geslacht
de Labye te vinden was, leidde tot
een meerdaags bezoek aan de stad en het stadsarchief –.eind mei 2001 – waarbij met
assistentie van het uiterst behulpzame en vriendelijke personeel van het
stadsarchief.zoveel gegevens boven water kwamen dat niet alleen een vrij goed
inzicht werd verkregen over de Brugse de Labye’s, maar - omdat andere mogelijkheden uitgesloten zijn - ook over de (zo goed als zekere) .afstamming van kanunnik
Lodewijk van de “Bruggenaren” én tevens enig inzicht kon worden verworven over
de pre-Brugse periode.
Nu
is werken met middeleeuwse gegevens lastig omdat ze vaak uiterst summier zijn
waardoor ze met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd,.een eventuele samenhang
nauwlettend in het oog moet worden gehouden,.men ervoor moet zorgen de
logica geen geweld wordt aan te doen en al te theoretische hypotheses te
vermijden. Het
onderzoek werd extra bemoeilijkt door een veelvuldig voorkomen van de voornamen
Colard en Pieter bij de zoons en Anna voor dochters. Deze voornemen genoten bij
de Brugse De Labye’s kennelijk een immense populariteit. Alleen bij meerdere zoons
wordt het stramien Colard-Pieter afgestapt. Op grond van dit fenomeen rees al vroeg het vermoeden dat deze
voornamen ook in voorgaande eeuwen in de familie zeer gebruikelijk waren….
Aangezien
Pieter de Labye uit Meeregheem (volgens de
archieven van Brugge en Lille de vroegere Vlaamse naam voor het huidige Merville
dat nu binnen de Franse grenzen ligt).afkomstig was, werd schriftelijk contact opgenomen met het archief van het
Département du Nord. Het antwoord van de archivaris bracht nieuwe feiten aan het licht,.waardoor de – na het bezoek
aan het stadsarchief van Brugge - al aangepaste hypotheses wederom moesten
worden bijgesteld.De bakermat van de familie
(althans in die stad woonde de oudst vermelde de Labye) blijkt de destijds belangrijke handelsstad Maubeuge te zijn,.waar al in de 12e
en 13e eeuw handel en industrie bloeiden. In een acte - daterend uit
mei 1294 - wordt een Colard (of Colart) de l’Abie vermeld (zie kopie van deze acte na deze inleiding). De tot nu toe oudste
vermelding van een de Labye! Vanuit Meubeuge – gelegen in
de zuidelijke helft van het Franstalige middeleeuwse graafschap Henegouwen,.strategisch gelegen tussen
de beroemde jaarmarkten in Vlaanderen en de Champagne - verspreidde deze
familie,.voor zover nu valt na te gaan,.naar het westen naar Vlaanderen
(Doornik, Kamerijk en Rijssel/Lille) en het noorden van Henegouwen, .waardoor het zwaartepunt in
de 15e eeuw in het stroomgebied van Schelde en Leie kwam te liggen.
Helaas
werd in 1478 de stad Maubeuge – tijdens een oorlog met de hertogin van Bourgondië
- ingenomen door de Franse koning Lodewijk XI,.die haar daarbij grondig
platbrandde en het grootste deel van de middeleeuwse archieven van de stad verloren
gingen.
Op
grond van de elders nog te vinden losse vermeldingen van allerlei De Labye’s,
is echter geen samenhangende genealogie op te stellen. Wel komt uit de
verschillende aktes naar voren dat het een familie van kooplieden was die
daarbij de verschillende (jaar)markten.binnen en buiten Henegouwen afreisden. Die handelsactiviteiten zullen
waarschijnlijk ook ten grondslag liggen aan de al in de 14e eeuw
opvallende verspreiding van de familie.
Niettemin
wil ik toch een poging wagen om een genealogie te reconstrueren uit de
beschikbare gegevens. Daarbij maakte ik gebruik van het gegeven dat de nazaten van in de
eerste paragraaf vermelde Mahin de Labye – als opgemerkt -.een wel heel opvallende
voorkeur blijken te hebben voor de voornamen Colard en Pieter voor hun zoons. Indien we die voorkeur, bij
de op Mahin volgende generaties, ook bij zijn/hun voorouders veronderstellen, .zal Mahin ten eerste een
jongere zoon (waarschijnlijk tenminste de derde zoon!).zijn geweest en zal hij
hoogstwaarschijnlijk een of meerdere oudere broers hebben gehad die Colard
en/of Pieter(Pierre) heetten. Zijn vader was haast wel zeker een Colard en indicaties wijzen
inderdaad in die richting. Deze Colard moet dan omstreeks 1375 zijn geboren. Uitgaande van
die (herleide!) geboortedatum krijgen we dan –.ervan uitgaande dat de
vaders gemiddeld 27 jaar waren en na circa 2 jaar getrouwd te zijn hun zoons
kregen – de reeks 1348, 1321, 1293 en 1266.De in 1294 vermelde Colard
zou dan omstreeks 1266 geboren zijn en was dus de betovergrootvader van de in
1375.geboren Colard. Als we, wat we in de “Brugse periode” ook al zien – namelijk een
per generatie alterneren van de voornamen Colard en Pieter – eveneens toepassen
op het voorgeslacht van Mahin en Colard,.krijgen we de reeks Pieter 1348, Colard 1321, Pieter 1293 en
Colard 1266. Pieter zal dan uiteraard Pier(re) zijn geweest! Theoretisch ziet het er
aardig uit, maar of het zo in werkelijkheid ook zo geweest is, zullen we wel
nooit te weten komen.
Daarnaast
is er, zoals al opgemerkt, reden om aan te nemen dat deze familie zich al in de
14e eeuw vanuit Maubeuge verspreidde en uiteenviel in verschillende
vertakkingen. Het ziet ernaar uit dat leden van deze familie naar Rijssel
(Frans: Lille),. Kamerijk en Doornik[1] trokken en zich daar
(al dan niet tijdelijk) vestigden.
In
Kamerijk wordt o.a. een Guillaume Delabie in 1462 vermeld die van het kapittel
van het bisdom Kamerijk goederen in leen krijgt (archief Lille,.inventaris 4G 613/6376,
chapitre de Cambrai), die kennelijk ook al aan zijn (onvermelde) voorouders
toebehoorden. In Doornik blijkt vooral dat
de voornaam Jehan (
1438 een Jehan de Labbeye, die gehuwd was met een De Bruyelle (die dan aangeduid wordt als
zijn weduwe!) laat in Doornik een testament opstellen,
1452 een jongere Jehan de Labbie, die eveneens een testament in Doornik liet opmaken,
1452 een andere Jehan de Labbye die samen met zijn vrouw (wier familienaam Potrie zou
hebben geluid) in Doornik een testament laat opstellen en
1455
laat Marie de Labeye een testament
opstellen.
Uit
correspondentie met de archivaris van het gemeentearchief in Doornik blijkt
echter dat de inventaris van dat gemeentearchief bij oorlogshandelingen in 1940
verloren is gegaan. In zijn brief vermeldt hij niettemin dat hij in een boekwerk,.getiteld “Les Annales de la
Société Historique et Archéologique de Tournai”, dat is geschreven door Ad.
Hocquet,.in deel 10, blz. 36 en verder, de bovenstaande vermeldingen
aangetroffen heeft.
Ik
neem aan dat de Jehan die in 1438 vermeld wordt (en dan al kennelijk overleden
is), is geboren rond 1380. Als we aannemen dat zijn vader (alweer!) een Colard was, zou die
een oudere broer van Pieter/Pierre uit 1348 (zie hiervoor) kunnen zijn geweest.
Met
de nodige reserve zou dan van de eerste generaties het volgende.overzicht kunnen
gereconstrueerd:

![]()
![]()

![]()



Hierbij teken ik het volgende aan:
Uitgaande van de verzamelde gegevens - waarbij de generatie van
Colart de l’Abie die vermeld wordt in een oorkonde uit 1294 voorlopig beschouwd
is als de eerst bekende generatie.(verder aangeduid als Gen1) - blijkt dat er bij de generaties
waarvan we wel een gedetailleerde kennis hebben,.duidelijk sprake is van een
alterneren van de voornamen Colard en Pierre (Pieter). Bij de oneven generaties
(Gen1, Gen3, Gen5 en Gen7) wordt meestal een Colard aangetroffen.Waarschijnlijk dus ook bij
Gen-2 (=de grootvader van in 1293 en 1294 vermelde Colard),.die dan rond 1215 geboren
zou moeten zijn. Bij Gen1, Gen5 en Gen7 blijkt deze hypothese met de werkelijkheid
overeen te komen,.zodat ik met enige voorzichtigheid aanneem dat Gen3 dan ook wel
zal kloppen.
De na 1400 veel voorkomende en alternerende naam Pier(re) of
Pieter wordt voor 1400 nauwelijks vermeld. Alleen in een oorkonde uit
1339 opgesteld in Kamerijk/Cambrai wordt naast velen andere een Pier de l’Abye “bourgeois de maubeuge” vermeld. Dit zou dan de Pierre kunnen
zijn, waarvan het geboortejaar door mij op 1293 geschat wordt.. Hoewel dit op zich geen
sterke argumentatie is, neem ik op grond hiervan én van de naamgeving in de 15e
eeuw aan dat Gen2,.Gen4 en Gen6 waarschijnlijk de naam Pier(re) droegen. Dat is een
gok, maar ik denk een beredeneerde gok….
Echter!… telkenmale als er een zoon Pier(re) of Pieter opduikt,
blijkt er sprake te zijn van een oudere zoon Colard, die dan of jong gestorven
is of alleen (overlevende) dochters had. Maar de moeilijkheid is dat
jonggestorven zonen en/of dochters in middeleeuwse oorkonden vrijwel onvermeld
blijven,.tenzij het om omvangrijke erfenissen gaat. Maar zo’n document is met
betrekking tot de familie De Labye tot op heden niet teruggevonden en gezien de
ramp die Maubeuge in 1478 trof,.zal die waarschijnlijk ook niet meer gevonden worden….
Op grond van het bovengenoemde vermeld ik daarom bij de oneven
generaties een Colard en bij de even generaties een Pier(re),.met dien verstande dat ik
die Pierre voortdurend vooraf laat gaan door een oudere Colard, die om welke
reden dan ook geen manlijke nakomelingen naliet.
Generatie
4 is de lastigste noot om te kraken. Uit verschillende documenten komt naar
voren dat zo rond 1350-1375 de familie uiteen valt in verschillende
vertakkingen. Hoe dat precies in zijn werk is gegaan is volslagen onbekend. Wel lijkt
duidelijk dat degenen die zich in en rond Doornik vestigden, afstamden van een
oudere zoon en degenen die zich meer naar het westen vestigden in.Rijssel/Merville, afstamden van een jongere
zoon. Als bewijs hiervoor verwijs ik naar de wapenschilden die in beide
takken gebruikt werden. Helaas is van de Kamerijkse tak (met de nodige Guillaume’s) te
weinig bekend (ook geen wapen…) om die op een zinvolle wijze in deze
reconstructie te kunnen positioneren;.ik heb ze dan ook verder buiten beschouwing gelaten. In
Maubeuge worden verder geen de Labye’s
meer aangetroffen, maar dat kan heel goed te maken hebben met de gebeurtenissen
uit 1478.
Wel denk ik dat Gen4 de stamvaders bevat van in ieder geval de
Doornikse en de Rijsselse takken en uitgaande van de grote voorkeur voor de
namen Colard en Pier(re),.gok ik het erop dat de stamvaders ook die namen zullen hebben
gedragen. Maar ik geef zonder meer toe dat dit echt een gok is omdat uit de
periode na 1400 maar al te vaak het tegendeel blijkt. Bijvoorbeeld:.de (in ieder geval) derde
zoon van Colard (geboren rond 1375) – Mahin – wordt de stamvader van de Brugse de
Labye’s;
Boud(ew)ijn – de (waarschijnlijk vierde) zoon van de beroemde Colard –.wordt de stamvader van de
jongere Brugse
de Labye’s en hoogstwaarschijnlijk ook van de Nederlandse de Labye’s.
Niettemin waag ik het erop bij de vierde generatie uit te gaan van
een Colard als stamvader van de Doornikse tak en van een Pierre als stamvader
van de tak in Rijssel en Merville.
Opvallend is dat bij de Doornikse tak in de 15e eeuw de
voornaam Jehan (op den duur?) een grotere voorkeur krijgt ten koste van de
voornaam Pierre. Mogelijk zijn 14e eeuwse dragers van die namen jong
gestorven of heeft die naam om een of andere reden binnen een, .twee generaties zijn
“populariteit” verloren. Wel zijn er aanwijzingen dat de in ieder geval de voornaam Colard
bij de Doornikse tak tot in de 16e eeuw in gebruik bleef.
Met nadruk stel
ik nogmaals dat hier een poging tot reconstructie betreft en geen op
harde feiten berustende realiteit….want
hoe precies de relatie tussen de verschillende leden van de familie in elkaar stak,
is niet meer te achterhalen. Doch het begint er steeds meer op
te lijken dat alle (middeleeuwse) de Labye’s op een of andere manier met elkaar verwant waren,
niet alleen blijkt dat door hun – zoals
steeds meer blijkt -.toch vrij unieke familienaam (het
is verbazend dat ofschoon er in Nederland verschillende families/geslachten
zijn die de familienaam Klooster of Van ’t Klooster dragen,.de Waalse tegenhanger vrij uniek blijkt!),.maar ook omdat door hen gebruikte familiewapens wel
heel opvallend op elkaar lijken (van de Kamerijkse Guillaume is helaas geen
wapen bekend).
De bekende
Belgische genealoog baron J.S. de Herckenrode vermeldt namelijk als (het
oorspronkelijke) wapen van de familie de Labye (waarvan hij de naam abusievelijk afleidt van De
l’Abeille): portait azur à trois croissants montants d’or (een blauw schild met
3 gouden wassenaars),.terwijl de jongere Rijssels/Brugse tak dit wapen
“breekt”.door het toevoegen van een zilveren zespuntige ster in
het midden (zie hieronder).
de
Labie –
Maubeuge,Doornik de abye –
Rijssel, Brugge
Bekend is dat de
De Labye’s uit Maubeuge en Doornik het ongebroken wapen voerde… hetgeen op
basis van de gereconstrueerde genealogie ook terecht blijkt. Colard 1375 en zijn zoon Mahin vormde een jongere tak die daarom het wapen
“brak”.Wie de nakomelingen van de beide Jehans zijn geweest, is – zoals hiervoor
al aangegeven – niet meer te achterhalen.
Uit correspondentie
uit 1958 met een maître Maurice Delaby uit Brussel, die ook bijzonder geïnteresseerd
was in de geschiedenis van zijn geslacht,.is echter komen vast
te staan dat ook in latere eeuwen nog vele de Labye’s rond Doornik woonden –
vooral in de plaatsen Rumes en Saint Maur (respectievelijk ten westen en ten
zuiden van de stad Doornik) –.en wellicht hebben we hier te maken met nakomelingen
van de hiervoor vermelde Jehans. Of dit inderdaad
zo is, zal waarschijnlijk nimmer kunnen worden aangetoond door de vernietiging
van het Doornikse archief (de doop-,.trouw- en
begrafenisboeken uit de vermelde plaatsjes gaan niet verder terug dan 1580,.zodat er
sprake van een “genealogisch gat” van bijna 130 jaar). Ook is door het onderzoek van maître Delaby e.a.
vastgesteld dat de Doornikse familie zich in de loop van de 17e.eeuw
verspreidde naar het noorden van het graafschap Henegouwen (en zich daar met
name concentreerde rond de plaatsen Deux .Acren en Papignies). Overigens mag aangenomen worden dat er de nodige de Labye’s in
Maubeuge en elders in het zuiden bleven wonen. De
registers van o.a. de Waalse kerk vermeldden immers vele naamgenoten die in
later eeuwen vanuit het zuiden naar de Republiek.kwamen en
hoogstwaarschijnlijk die op een of andere wijze tot dit geslacht behoorden. Er zijn aanwijzingen dat alle de Labye’s (of hoe de naam ook gespeld moge worden) tot een
enkele, maar zeer verspreide familie behoorden.
Verschillende bronnen vermelden bij
een genealogie de la Bye dat
afkomstig is uit het werk van F. van Dijke,.“Recueil
Héraldique (avec des notices généalogiques et historiques sur un grand nombre
de familles nobles en patriciennes de la ville et du franconet de Bruges”,.uitgegeven in Brugge in oktober 1851, bladzijde 86 en
87), dat deze familie het “Brugse” wapen zou hebben gevoerd. Bij controle is echter gebleken dat ze juist het ongebroken wapen voerde! Gelet hierop en gezien dat de namen Colard en Jean,.hebben
we hier waarschijnlijk te doen met nakomelingen van de Jehans uit 1438 en 1452.
Deze genealogie geven we hieronder weer:
Colard de
la Bye, die trouwde met Anne Stalins. Hun (enige?) zoon was:
Jean/
1. Pierre , haut-pointre en greffier de la
châtellenie d’Audenaerde, trouwde met Barbe van der Meeren en had 5 kinderen:
a. Guillaume, trouwde met Maria Boele,
dochter van
i. Léopold-Victor,
licencié ès-loix,
ii. Charles, kapitein in dienst bij de
koning van Napels en Sicilië en
iii. Marie
b. Léopold, kapitein bij de infanterie,
huwt Marie Coucke (dr. van
c.
Madeleine-Thérèse,
trouwt met Martin van de Marcke de Lumene, kapitein bij de Waalse infanterie,
in dienst van zijne Katholieke Majesteit
(de koning van Spanje)
d. Pétronille, huwt don Gonzales de Alzega
y Crusat, kapitein van de Spaanse infanterie en
e.
Marie,
zij werd non
2. Jean, trouwt met Pétronille Notsbrughe,
kinderen:
a.
Philippe, trouwt met Philippine de Velaere
b.
Jacqueline, trouwt met Jacques de Castre
3.
Philippe, trouwt met Philippine de Rantere (dr. van
Philippe en Francine du Bois), dochters:
a. Philippine, overlijdt ongehuwd en
b. Marie-Jeanne, overlijdt op 18 oktober
1738, huwde in 1711 met Jean-Bernard de Castro y Toledo, kapitein van de
Spaanse infanterie, die stierf op 8 mei 1739, dit huwelijk bleef kinderloos.
4.
Madeleine, huwt met Arnould Lenenere
De hierboven
weergegeven genealogie blinkt uit door uiterste beknoptheid. Twee eeuwen familiegeschiedenis worden gecomprimeerd tot een uitermate
korte en bondige opsomming. Als bron wordt opgevoerd
“Fragments Généalogiques,.tôme IV, page 134” van de hand
van ene Vegiano, die dit werk in de 18e eeuw schreef. Een boekwerk dat tot op heden niet door mij is teruggevonden. Maar de indruk bestaat dat deze genealogie niettemin (in ieder geval
grotendeels) waarheidsgetrouw is,.maar
wel is ontdaan van alle mogelijke franje! Een gelukkige
bijkomstigheid is dat een hierin vermelde persoon ook in andere bronnen is
aangetroffen: Pierre of Philippe de la Bye, zoon van Jean de la Bye (blijkens die bron was hij
gegoed in Ronse of Renaix),.trouwde met Arnoldine Piers (dochter van Pierre en Madeleine
van der Wiele). Aangezien het om een oorspronkelijk Vlaamse vermelding
gaat, dragen de betrokkenen dan ook Nederlandse namen: Pierre of Philippe heet
dan Philip de la Bie en is hij
getrouwd met Pieryntken Piers dochter van Pieter Piers, baljuw van Berchem. Hij had volgens de bron (Archives de la ville de Renaix 1550-1795,.états
des biens) de volgende kinderen: Pieter (is Pierre), Hansken (is Jean>
Johannes>Hansken), Magdalena (is Madeleine), Marie of Maeyken. Deze opsomming komt overeen met de Pierre of Philippe die de 3e
generatie is in de bovenstaande genealogie,. zij
het dat de jongste zoon Philip onvermeld is.Wellicht was die
nog niet geboren…Bovenstaande vermelding van Philip de la Bie dateert uit 1618. Aannemende dat hij in 1618 ongeveer 30 jaar oud was, dan was zijn
geboortejaar 1588. Het geboortejaar van zijn vader
Jean of
Uit het
voorgaande valt op te maken dat de familienaam de Labye (waarvan de oudst
teruggevonden schrijfwijze “del Abie” is (in de huidige schrijfwijze: de l’Abye) in ieder geval in de 13e
eeuw is ontstaan. Zeker is ook dat de middeleeuwse de Labye’s de naam als (de’la’bie) uitgesproken hebben. De naam betekent zoveel als Van het Klooster of Van de Abdij (aldus ook de
verklaring van de familienaam DELAB(A)Y(E) in de.“Dictionnaire
des noms de famille en Belgique romane” van Jules Herbillon en Jean Germain,.dat in
1996 in Brugge werd uitgegeven met medewerking van het Crédit Communal). Mogelijk was die naam verbonden met de alom beroemde abdij van Sint
Aldegonde die rond 660 in de stad Maubeuge.(waarvan de naam is
ontstaan uit het Frankische “Malbolden”, wat zoveel betekent als:.plaats waar (door de Franken) belangrijke
rechtszittingen werden gehouden) werd gesticht en rond 1793-1794 werd
afgebroken. Ofwel leden van deze familie waren van oorsprong dienstmannen
van deze abdij,.of ze bewoonden/pachten grond die aan die abdij
toebehoorde ofwel woonden dicht in de buurt ervan. We
kunnen er slechts maar raden…
De Brugse periode
is vooral het tijdperk van Colard de Labye (of zoals hij zichzelf noemt: de la Bye!). Goed te zien hoe hij geleidelijk aan zijn positie en die van zijn familie
in Brugge trachtte te verstevigen. Zijn streven
culmineert in zijn jongste? zoon
Uit de gegevens
blijkt dat Boudijn via zijn oudste zoon, ook al een Colard, probeert de oude
invloed van de familie in Brugge overeind te houden… maar ook hij wordt
geplaagd door de vroege dood van zijn neef en zijn oudste zoon. Zijn overblijvende zoon Pieter weet zijn jongste zoon nog bij het kapittel
van Geervliet benoemd te krijgen maar zijn twee.(overlevende) zoons
Pieter en Nicolaas en hun nakomelingen, krijgen te maken met de snelle
economische.achteruitgang van Brugge en de opkomst van het
protestantisme. De vraag is of zij of hun nakomelingen het
uiteindelijke debacle hebben afgewacht, dan wel eerder een goed heenkomen
hebben gezocht. Nader onderzoek zal daarover in de toekomst uitsluitsel
moeten geven.
[1] In het boekwerk
“Dictionnairelle de la noblesse” van M. de la Chenaye Desboies (Koninklijke
Bibliotheek , inventarisnummer no. 1259 E, deel I-XII) wordt een Robert de la
Bye vermeld. Precies staat er “Robert de la Bye, écuyer comprès dans un rôle de
Bourgogne en 1405”; deze vermelding is echter nietszeggend. De relatie tussen
hem en de in dit hoofdstuk vermelde personen is volkomen onbekend. Behalve
enige curiositeitswaarde is deze vermelding volstrekt onbruikbaar.