Geschiedenis van de familie:

de la Bije

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Auteur:

H.G.L de la Bye

 

 

 

Een brief naar het stadsarchief van Brugge in het voorjaar van 2001 zorgde - achteraf gezien - voor een eerste doorbraak. De stadsarchivaris Noël Geirnaert stuurde namelijk bij zijn antwoordbrief een lijst van vermeldingen van de Labye’s die hij in het stadsarchief had aangetroffen alsmede kopieën van enkele bladzijden uit het werk van J. Gailliard (Flandre Occidentale, des données historiques et généalogiques, Arrondissement de Bruges, tôme premier, deuxième partie, uitgegeven in Brugge) met de tekst die op de grafsteen had gestaan die eertijds het familiegraf van de De Labye’s in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge bedekte. Deze tekst verschafte inzicht in de samenhang van een aantal Brugse de Labye’s in de 15e eeuw, maar gaf nog geen antwoord op de vraag wat de relatie was tussen de “Bruggenaren” en de oudste de Labye in Nederland: kanunnik Lodewijk de Labye, die rond 1542 uit de zuidelijke Nederlanden naar Geervliet komt.

 

Naar aanleiding van deze brief en de daarin vervatte uitnodiging om zelf eens naar Brugge te komen omdat daar volgens de heer Geirnaert nog veel over het geslacht de Labye te vinden was, leidde tot een meerdaags bezoek aan de stad en het stadsarchief –.eind mei 2001 – waarbij met assistentie van het uiterst behulpzame en vriendelijke personeel van het stadsarchief.zoveel gegevens boven water kwamen dat niet alleen een vrij goed inzicht werd verkregen over de Brugse de Labye’s, maar - omdat andere mogelijkheden uitgesloten zijn  - ook over de (zo goed als zekere) .afstamming van kanunnik Lodewijk van de “Bruggenaren” én tevens enig inzicht kon worden verworven over de pre-Brugse periode.

 

Nu is werken met middeleeuwse gegevens lastig omdat ze vaak uiterst summier zijn waardoor ze met de nodige voorzichtigheid moeten worden gehanteerd,.een eventuele samenhang nauwlettend in het oog moet worden gehouden,.men ervoor moet zorgen de logica geen geweld wordt aan te doen en al te theoretische hypotheses te vermijden. Het onderzoek werd extra bemoeilijkt door een veelvuldig voorkomen van de voornamen Colard en Pieter bij de zoons en Anna voor dochters. Deze voornemen genoten bij de Brugse De Labye’s kennelijk een immense populariteit. Alleen bij meerdere zoons wordt het stramien Colard-Pieter afgestapt. Op grond van dit fenomeen rees al vroeg het vermoeden dat deze voornamen ook in voorgaande eeuwen in de familie zeer gebruikelijk waren….

 

Aangezien Pieter de Labye uit Meeregheem (volgens de archieven van Brugge en Lille de vroegere Vlaamse naam voor het huidige Merville dat nu binnen de Franse grenzen ligt).afkomstig was, werd schriftelijk contact opgenomen met het archief van het Département du Nord. Het antwoord van de archivaris bracht nieuwe feiten aan het licht,.waardoor de – na het bezoek aan het stadsarchief van Brugge - al aangepaste hypotheses wederom moesten worden bijgesteld.De bakermat van de familie (althans in die stad woonde de oudst vermelde de Labye) blijkt de destijds belangrijke handelsstad Maubeuge te zijn,.waar al in de 12e en 13e eeuw handel en industrie bloeiden. In een acte - daterend uit mei 1294 - wordt een Colard (of Colart) de l’Abie vermeld (zie kopie van deze acte na deze inleiding). De tot nu toe oudste vermelding van een de Labye! Vanuit Meubeuge – gelegen in de zuidelijke helft van het Franstalige middeleeuwse graafschap Henegouwen,.strategisch gelegen tussen de beroemde jaarmarkten in Vlaanderen en de Champagne - verspreidde deze familie,.voor zover nu valt na te gaan,.naar het westen naar Vlaanderen (Doornik, Kamerijk en Rijssel/Lille) en het noorden van Henegouwen, .waardoor het zwaartepunt in de 15e eeuw in het stroomgebied van Schelde en Leie kwam te liggen.

 

Helaas werd in 1478 de stad Maubeuge – tijdens een oorlog met de hertogin van Bourgondië - ingenomen door de Franse koning Lodewijk XI,.die haar daarbij grondig platbrandde en het grootste deel van de middeleeuwse archieven van de stad verloren gingen.

 

Op grond van de elders nog te vinden losse vermeldingen van allerlei De Labye’s, is echter geen samenhangende genealogie op te stellen. Wel komt uit de verschillende aktes naar voren dat het een familie van kooplieden was die daarbij de verschillende (jaar)markten.binnen en buiten Henegouwen afreisden. Die handelsactiviteiten zullen waarschijnlijk ook ten grondslag liggen aan de al in de 14e eeuw opvallende verspreiding van de familie.

 

Niettemin wil ik toch een poging wagen om een genealogie te reconstrueren uit de beschikbare gegevens. Daarbij maakte ik gebruik van het gegeven dat de nazaten van in de eerste paragraaf vermelde Mahin de Labye – als opgemerkt -.een wel heel opvallende voorkeur blijken te hebben voor de voornamen Colard en Pieter voor hun zoons. Indien we die voorkeur, bij de op Mahin volgende generaties, ook bij zijn/hun voorouders veronderstellen, .zal Mahin ten eerste een jongere zoon (waarschijnlijk tenminste de derde zoon!).zijn geweest en zal hij hoogstwaarschijnlijk een of meerdere oudere broers hebben gehad die Colard en/of Pieter(Pierre) heetten. Zijn vader was haast wel zeker een Colard en indicaties wijzen inderdaad in die richting. Deze Colard moet dan omstreeks 1375 zijn geboren. Uitgaande van die (herleide!) geboortedatum krijgen we dan –.ervan uitgaande dat de vaders gemiddeld 27 jaar waren en na circa 2 jaar getrouwd te zijn hun zoons kregen – de reeks 1348, 1321, 1293 en 1266.De in 1294 vermelde Colard zou dan omstreeks 1266 geboren zijn en was dus de betovergrootvader van de in 1375.geboren Colard. Als we, wat we in de “Brugse periode” ook al zien – namelijk een per generatie alterneren van de voornamen Colard en Pieter – eveneens toepassen op het voorgeslacht van Mahin en Colard,.krijgen we de reeks Pieter 1348, Colard 1321, Pieter 1293 en Colard 1266. Pieter zal dan uiteraard Pier(re) zijn geweest! Theoretisch ziet het er aardig uit, maar of het zo in werkelijkheid ook zo geweest is, zullen we wel nooit te weten komen.

 

Daarnaast is er, zoals al opgemerkt, reden om aan te nemen dat deze familie zich al in de 14e eeuw vanuit Maubeuge verspreidde en uiteenviel in verschillende vertakkingen. Het ziet ernaar uit dat leden van deze familie naar Rijssel (Frans: Lille),. Kamerijk en Doornik[1] trokken en zich daar (al dan niet tijdelijk) vestigden.

 

In Kamerijk wordt o.a. een Guillaume Delabie in 1462 vermeld die van het kapittel van het bisdom Kamerijk goederen in leen krijgt (archief Lille,.inventaris 4G 613/6376, chapitre de Cambrai), die kennelijk ook al aan zijn (onvermelde) voorouders toebehoorden. In Doornik blijkt vooral dat de voornaam Jehan (Jan) opvallend veel voorkomt. Vermeld worden o.a.:

 

*  1438 een Jehan de Labbeye, die gehuwd was met een De Bruyelle (die dan aangeduid wordt als zijn weduwe!) laat in Doornik een testament opstellen,

*  1452 een jongere Jehan de Labbie, die eveneens een testament in Doornik liet opmaken,

*  1452 een andere Jehan de Labbye die samen met zijn vrouw (wier familienaam Potrie zou hebben geluid) in Doornik een testament laat opstellen en

*  1455 laat Marie de Labeye een testament opstellen.

 

Uit correspondentie met de archivaris van het gemeentearchief in Doornik blijkt echter dat de inventaris van dat gemeentearchief bij oorlogshandelingen in 1940 verloren is gegaan. In zijn brief vermeldt hij niettemin dat hij in een boekwerk,.getiteld “Les Annales de la Société Historique et Archéologique de Tournai”, dat is geschreven door Ad. Hocquet,.in deel 10, blz. 36 en verder, de bovenstaande vermeldingen aangetroffen heeft.

 

Ik neem aan dat de Jehan die in 1438 vermeld wordt (en dan al kennelijk overleden is), is geboren rond 1380. Als we aannemen dat zijn vader (alweer!) een Colard was, zou die een oudere broer van Pieter/Pierre uit 1348 (zie hiervoor) kunnen zijn geweest. Met de nodige reserve zou dan van de eerste generaties het volgende.overzicht kunnen gereconstrueerd:

Liggende oorkonde: Colard (ca. 1266)
 

 

 


                              

                       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Liggende oorkonde: Colard (jong gestorven)Liggende oorkonde: Jehan (1380)Liggende oorkonde: Colard (1375)                                  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Hierbij teken ik het volgende aan:

Uitgaande van de verzamelde gegevens - waarbij de generatie van Colart de l’Abie die vermeld wordt in een oorkonde uit 1294 voorlopig beschouwd is als de eerst bekende generatie.(verder aangeduid als Gen1) - blijkt dat er bij de generaties waarvan we wel een gedetailleerde kennis hebben,.duidelijk sprake is van een alterneren van de voornamen Colard en Pierre (Pieter). Bij de oneven generaties (Gen1, Gen3, Gen5 en Gen7) wordt meestal een Colard aangetroffen.Waarschijnlijk dus ook bij Gen-2 (=de grootvader van in 1293 en 1294 vermelde Colard),.die dan rond 1215 geboren zou moeten zijn. Bij Gen1, Gen5 en Gen7 blijkt deze hypothese met de werkelijkheid overeen te komen,.zodat ik met enige voorzichtigheid aanneem dat Gen3 dan ook wel zal kloppen.

 

De na 1400 veel voorkomende en alternerende naam Pier(re) of Pieter wordt voor 1400 nauwelijks vermeld. Alleen in een oorkonde uit 1339 opgesteld in Kamerijk/Cambrai wordt naast velen andere een Pier de l’Abye “bourgeois de maubeuge” vermeld. Dit zou dan de Pierre kunnen zijn, waarvan het geboortejaar door mij op 1293 geschat wordt.. Hoewel dit op zich geen sterke argumentatie is, neem ik op grond hiervan én van de naamgeving in de 15e eeuw aan dat Gen2,.Gen4 en Gen6 waarschijnlijk de naam Pier(re) droegen. Dat is een gok, maar ik denk een beredeneerde gok….

 

Echter!… telkenmale als er een zoon Pier(re) of Pieter opduikt, blijkt er sprake te zijn van een oudere zoon Colard, die dan of jong gestorven is of alleen (overlevende) dochters had. Maar de moeilijkheid is dat jonggestorven zonen en/of dochters in middeleeuwse oorkonden vrijwel onvermeld blijven,.tenzij het om omvangrijke erfenissen gaat. Maar zo’n document is met betrekking tot de familie De Labye tot op heden niet teruggevonden en gezien de ramp die Maubeuge in 1478 trof,.zal die waarschijnlijk ook niet meer gevonden worden….

 

Op grond van het bovengenoemde vermeld ik daarom bij de oneven generaties een Colard en bij de even generaties een Pier(re),.met dien verstande dat ik die Pierre voortdurend vooraf laat gaan door een oudere Colard, die om welke reden dan ook geen manlijke nakomelingen naliet.

 

Generatie 4 is de lastigste noot om te kraken. Uit verschillende documenten komt naar voren dat zo rond 1350-1375 de familie uiteen valt in verschillende vertakkingen. Hoe dat precies in zijn werk is gegaan is volslagen onbekend. Wel lijkt duidelijk dat degenen die zich in en rond Doornik vestigden, afstamden van een oudere zoon en degenen die zich meer naar het westen vestigden in.Rijssel/Merville, afstamden van een jongere zoon. Als bewijs hiervoor verwijs ik naar de wapenschilden die in beide takken gebruikt werden. Helaas is van de Kamerijkse tak (met de nodige Guillaume’s) te weinig bekend (ook geen wapen…) om die op een zinvolle wijze in deze reconstructie te kunnen positioneren;.ik heb ze dan ook verder buiten beschouwing gelaten. In Maubeuge worden verder geen de Labye’s meer aangetroffen, maar dat kan heel goed te maken hebben met de gebeurtenissen uit 1478.

 

Wel denk ik dat Gen4 de stamvaders bevat van in ieder geval de Doornikse en de Rijsselse takken en uitgaande van de grote voorkeur voor de namen Colard en Pier(re),.gok ik het erop dat de stamvaders ook die namen zullen hebben gedragen. Maar ik geef zonder meer toe dat dit echt een gok is omdat uit de periode na 1400 maar al te vaak het tegendeel blijkt. Bijvoorbeeld:.de (in ieder geval) derde zoon van Colard (geboren rond 1375) – Mahin – wordt de stamvader van de Brugse de Labye’s; Boud(ew)ijn – de (waarschijnlijk vierde) zoon van de beroemde Colard –.wordt de stamvader van de jongere Brugse

 de Labye’s en hoogstwaarschijnlijk ook van de Nederlandse de Labye’s.

Niettemin waag ik het erop bij de vierde generatie uit te gaan van een Colard als stamvader van de Doornikse tak en van een Pierre als stamvader van de tak in Rijssel en Merville.

 

Opvallend is dat bij de Doornikse tak in de 15e eeuw de voornaam Jehan (op den duur?) een grotere voorkeur krijgt ten koste van de voornaam Pierre. Mogelijk zijn 14e eeuwse dragers van die namen jong gestorven of heeft die naam om een of andere reden binnen een, .twee generaties zijn “populariteit” verloren. Wel zijn er aanwijzingen dat de in ieder geval de voornaam Colard bij de Doornikse tak tot in de 16e eeuw in gebruik bleef.

 

Met nadruk stel ik nogmaals dat hier een poging tot reconstructie betreft en geen op harde feiten berustende realiteit….want hoe precies de relatie tussen de verschillende leden van de familie in elkaar stak, is niet meer te achterhalen. Doch het begint er steeds meer op te lijken dat alle (middeleeuwse) de Labye’s op een of andere manier met elkaar verwant waren, niet alleen blijkt dat  door hun – zoals steeds meer blijkt -.toch vrij unieke familienaam (het is verbazend dat ofschoon er in Nederland verschillende families/geslachten zijn die de familienaam Klooster of Van ’t Klooster dragen,.de Waalse tegenhanger vrij uniek blijkt!),.maar ook omdat door hen gebruikte familiewapens wel heel opvallend op elkaar lijken (van de Kamerijkse Guillaume is helaas geen wapen bekend).

                                        

De bekende Belgische genealoog baron J.S. de Herckenrode vermeldt namelijk als (het oorspronkelijke) wapen van de familie de Labye (waarvan hij de naam abusievelijk afleidt van De l’Abeille): portait azur à trois croissants montants d’or (een blauw schild met 3 gouden wassenaars),.terwijl de jongere Rijssels/Brugse tak dit wapen “breekt”.door het toevoegen van een zilveren zespuntige ster in het midden (zie hieronder).

 

                                                                                       

                  de Labie – Maubeuge,Doornik    de abye – Rijssel, Brugge

 

Bekend is dat de De Labye’s uit Maubeuge en Doornik het ongebroken wapen voerde… hetgeen op basis van de gereconstrueerde genealogie ook terecht blijkt. Colard 1375 en zijn zoon Mahin vormde een jongere tak die daarom het wapen “brak”.Wie de nakomelingen van de beide Jehans zijn geweest, is – zoals hiervoor al aangegeven – niet meer te achterhalen.

 

Uit correspondentie uit 1958 met een maître Maurice Delaby uit Brussel, die ook bijzonder geïnteresseerd was in de geschiedenis van zijn geslacht,.is echter komen vast te staan dat ook in latere eeuwen nog vele de Labye’s rond Doornik woonden – vooral in de plaatsen Rumes en Saint Maur (respectievelijk ten westen en ten zuiden van de stad Doornik) –.en wellicht hebben we hier te maken met nakomelingen van de hiervoor vermelde Jehans. Of dit inderdaad zo is, zal waarschijnlijk nimmer kunnen worden aangetoond door de vernietiging van het Doornikse archief (de doop-,.trouw- en begrafenisboeken uit de vermelde plaatsjes gaan niet verder terug dan 1580,.zodat er sprake van een “genealogisch gat” van bijna 130 jaar). Ook is door het onderzoek van maître Delaby e.a. vastgesteld dat de Doornikse familie zich in de loop van de 17e.eeuw verspreidde naar het noorden van het graafschap Henegouwen (en zich daar met name concentreerde rond de plaatsen Deux .Acren en Papignies). Overigens mag aangenomen worden dat er de nodige de Labye’s in Maubeuge en elders in het zuiden bleven wonen. De registers van o.a. de Waalse kerk vermeldden immers vele naamgenoten die in later eeuwen vanuit het zuiden naar de Republiek.kwamen en hoogstwaarschijnlijk die op een of andere wijze tot dit geslacht behoorden. Er zijn aanwijzingen dat alle de Labye’s (of hoe de naam ook gespeld moge worden) tot een enkele, maar zeer verspreide familie behoorden.

 

Verschillende bronnen vermelden bij een genealogie de la Bye dat afkomstig is uit het werk van F. van Dijke,.“Recueil Héraldique (avec des notices généalogiques et historiques sur un grand nombre de familles nobles en patriciennes de la ville et du franconet de Bruges”,.uitgegeven in Brugge in oktober 1851, bladzijde 86 en 87), dat deze familie het “Brugse” wapen zou hebben gevoerd. Bij controle is echter gebleken dat ze juist het ongebroken wapen voerde! Gelet hierop en gezien dat de namen Colard en Jean,.hebben we hier waarschijnlijk te doen met nakomelingen van de Jehans uit 1438 en 1452. Deze genealogie geven we hieronder weer:

 

Colard de la Bye, die trouwde met Anne Stalins. Hun (enige?) zoon was:

Jean/Jan de la Bye, hij trouwde met Isabelle van der Beke (dr. van Jacob/Jacques van der Beke),

 

Jans zoon is: Pierre of Philippe de la Bye, hij huwde met Arnoldine Piers (dochter van Pierre en Madeleine van der Wiele), zij hadden 3 zoons en een dochter:

 

1.   Pierre , haut-pointre en greffier de la châtellenie d’Audenaerde, trouwde met Barbe van der Meeren en had 5 kinderen:

a.       Guillaume, trouwde met Maria Boele, dochter van Jan Boele, kinderen:

                                        i.    Léopold-Victor, licencié ès-loix,

                                      ii.    Charles, kapitein in dienst bij de koning van Napels en Sicilië en

                                    iii.    Marie

b.       Léopold, kapitein bij de infanterie, huwt Marie Coucke (dr. van Jan Coucke), hij had verder niet genoemde nakomelingen.

c.        Madeleine-Thérèse, trouwt met Martin van de Marcke de Lumene, kapitein bij de Waalse infanterie, in dienst van zijne Katholieke Majesteit  (de koning van Spanje)

d.       Pétronille, huwt don Gonzales de Alzega y Crusat, kapitein van de Spaanse infanterie en

e.        Marie, zij werd non

 

2.   Jean, trouwt met Pétronille Notsbrughe, kinderen:

a.       Philippe, trouwt met Philippine de Velaere

b.       Jacqueline, trouwt met Jacques de Castre

 

3.   Philippe, trouwt met Philippine de Rantere (dr. van Philippe en Francine du Bois), dochters:

a.       Philippine, overlijdt ongehuwd en

b.       Marie-Jeanne, overlijdt op 18 oktober 1738, huwde in 1711 met Jean-Bernard de Castro y Toledo, kapitein van de Spaanse infanterie, die stierf op 8 mei 1739, dit huwelijk bleef   kinderloos.

4. Madeleine, huwt met Arnould Lenenere

 

De hierboven weergegeven genealogie blinkt uit door uiterste beknoptheid. Twee eeuwen familiegeschiedenis worden gecomprimeerd tot een uitermate korte en bondige opsomming. Als bron wordt opgevoerd “Fragments Généalogiques,.tôme IV, page 134” van de hand van ene Vegiano, die dit werk in de 18e eeuw schreef. Een boekwerk dat tot op heden niet door mij is teruggevonden. Maar de indruk bestaat dat deze genealogie niettemin (in ieder geval grotendeels) waarheidsgetrouw is,.maar wel is ontdaan van alle mogelijke franje! Een gelukkige bijkomstigheid is dat een hierin vermelde persoon ook in andere bronnen is aangetroffen: Pierre of Philippe de la Bye, zoon van Jean de la Bye (blijkens die bron was hij gegoed in Ronse of Renaix),.trouwde met Arnoldine Piers (dochter van Pierre en Madeleine van der Wiele). Aangezien het om een oorspronkelijk Vlaamse vermelding gaat, dragen de betrokkenen dan ook Nederlandse namen: Pierre of Philippe heet dan Philip de la Bie en is hij getrouwd met Pieryntken Piers dochter van Pieter Piers, baljuw van Berchem. Hij had volgens de bron (Archives de la ville de Renaix 1550-1795,.états des biens) de volgende kinderen: Pieter (is Pierre), Hansken (is Jean> Johannes>Hansken), Magdalena (is Madeleine), Marie of Maeyken. Deze opsomming komt overeen met de Pierre of Philippe die de 3e generatie is in de bovenstaande genealogie,. zij het dat de jongste zoon Philip onvermeld is.Wellicht was die nog niet geboren…Bovenstaande vermelding van Philip de la Bie dateert uit 1618. Aannemende dat hij in 1618 ongeveer 30 jaar oud was, dan was zijn geboortejaar 1588. Het geboortejaar van zijn vader Jean of Jan zou dan 1563 zijn en dat van zijn grootvader Colard 1543, wellicht zelfs iets later.

 

 

Uit het voorgaande valt op te maken dat de familienaam de Labye (waarvan de oudst teruggevonden schrijfwijze “del Abie” is (in de huidige schrijfwijze: de l’Abye) in ieder geval in de 13e eeuw is ontstaan. Zeker is ook dat de middeleeuwse de Labye’s de naam als (de’la’bie) uitgesproken hebben. De naam betekent zoveel als Van het Klooster of Van de Abdij (aldus ook de verklaring van de familienaam DELAB(A)Y(E) in de.“Dictionnaire des noms de famille en Belgique romane” van Jules Herbillon en Jean Germain,.dat in 1996 in Brugge werd uitgegeven met medewerking van het Crédit Communal). Mogelijk was die naam verbonden met de alom beroemde abdij van Sint Aldegonde die rond 660 in de stad Maubeuge.(waarvan de naam is ontstaan uit het Frankische “Malbolden”, wat zoveel betekent als:.plaats waar (door de Franken) belangrijke rechtszittingen werden gehouden) werd gesticht en rond 1793-1794 werd afgebroken. Ofwel leden van deze familie waren van oorsprong dienstmannen van deze abdij,.of ze bewoonden/pachten grond die aan die abdij toebehoorde ofwel woonden dicht in de buurt ervan. We kunnen er slechts maar raden…

 

 

De Brugse periode is vooral het tijdperk van Colard de Labye (of zoals hij zichzelf noemt: de la Bye!). Goed te zien hoe hij geleidelijk aan zijn positie en die van zijn familie in Brugge trachtte te verstevigen. Zijn streven culmineert in zijn jongste? zoon Jan, die hij laat trouwen met Maria van Boonem. De bruid was afkomstig uit een oud en beroemd Brugs adellijk geslacht dat verwant was aan families als De Schuttelaere, Van Adornes en last but not least het geslacht Van Gruuthuuse,.wel het bekendste, beroemdste en machtigste geslacht van Brugge. Maar nog voordat hijzelf overlijdt, sterven Jan en zijn vrouw en kort na.Colards dood overlijden zijn beide zoons en blijft alleen een vierde zoon, Boudijn of Boudewijn in leven, waarin Colard kennelijk juist het minst heeft “geïnvesteerd”.

 

Uit de gegevens blijkt dat Boudijn via zijn oudste zoon, ook al een Colard, probeert de oude invloed van de familie in Brugge overeind te houden maar ook hij wordt geplaagd door de vroege dood van zijn neef en zijn oudste zoon. Zijn overblijvende zoon Pieter weet zijn jongste zoon nog bij het kapittel van Geervliet benoemd te krijgen maar zijn twee.(overlevende) zoons Pieter en Nicolaas en hun nakomelingen, krijgen te maken met de snelle economische.achteruitgang van Brugge en de opkomst van het protestantisme. De vraag is of zij of hun nakomelingen het uiteindelijke debacle hebben afgewacht, dan wel eerder een goed heenkomen hebben gezocht. Nader onderzoek zal daarover in de toekomst uitsluitsel moeten geven.

 



[1] In het boekwerk “Dictionnairelle de la noblesse” van M. de la Chenaye Desboies (Koninklijke Bibliotheek , inventarisnummer no. 1259 E, deel I-XII) wordt een Robert de la Bye vermeld. Precies staat er “Robert de la Bye, écuyer comprès dans un rôle de Bourgogne en 1405”; deze vermelding is echter nietszeggend. De relatie tussen hem en de in dit hoofdstuk vermelde personen is volkomen onbekend. Behalve enige curiositeitswaarde is deze vermelding volstrekt onbruikbaar.